Euf Lindeboom (1947) schrijft vanaf haar tweeënveertigste jaar gedichten. In de loop der tijd werden verschillende ervan in literaire bladen gepubliceerd (Yang, Bunkerhill, De Revisor en Tirade).
Vrolijke, ongegeneerde gedichten met een laconieke ondertoon en een geheel eigen beeldspraak. Erotiek, ook van vogels en andere dieren, herinneringen aan merkwaardige tantes, uitnodigingen om mee te doen aan van alles en nog wat. Plus tips voor de jacht, beschrijvingen van opgewekte gebeurtenissen rondom theetijd en dromen over vergeten metgezellen.
Haar schilderkunst ging tot nu toe altijd voor, maar in deze debuutbundel brengt ze haar gedichten eindelijk bij elkaar.
|